Stelling Den Helder
Stelling Den Helder
Deze routebeschrijving voert ons dit keer niet door uitgestrekte polderlandschappen met slingerende riviertjes en dijken, maar voert ons door de kop van Noord-Holland. We gaan op ontdekkingstocht door Den Helder en de naastgelegen badplaats Huisduinen. De meeste mensen weten dat Den Helder de uitvalsbasis van de Koninklijke Marine is, maar weinigen kennen de betekenis van deze plek in de geschiedenis van Nederland als zeevarende natie van betekenis. Het was keizer Napoleon Bonaparte zelf die Den Helder wilde omvormen tot “het Gibraltar van het Noorden” en de opdracht gaf om een aantal forten te bouwen om deze militair strategische plek te beschermen. Laat je verbazen hoe goed het militair verdedigingserfgoed samen gaat met de stadse samenleving. Een aantal van de forten langs deze rondrit worden beheerd door vrijwilligers en zijn daardoor beperkt toegankelijk. De meeste kans om de forten te kunnen bezoeken is dan ook tijdens het weekend en op speciale dagen als 5 mei en de open monumentendagen. In de onderstaande routebeschrijving is met een asterisk (*) aangegeven om welke forten dit gaat en hoe je nadere informatie kunt krijgen over de openstelling.
Tussen 2017 en 2024 hebben de fotografen van het fotocollectief door heel Nederland militair verdedigingserfgoed vastgelegd op de gevoelig plaat.
In de YouTube video wordt een korte foto-impressie gegeven van de forten en vestingsteden die je tijdens deze toertocht kunt bezoeken.
De met een * gemarkeerde forten zijn met uitzondering van fort Erfprins alleen op afspraak te bezoeken. Informatie over een bezoek aan deze forten en de voorwaarden waaraan daarbij voldaan moet worden kun je opvragen bij:
Fort Kijkduin, Admiraal Verhuellplein 1, 1789 AX Huisduinen.
0223-612366 of info@erfgoeddenhelder.nl
We beginnen onze rondrit op de parkeerplaats bij Fort Kijkduin. Het buitengebied van dit fort is vrij toegankelijk en geeft je een mooi uitzicht over Huisduinen met zijn Lange Jaap en het natuurgebied de Grafelijkheidsduinen. Kijkend naar het oosten zie je aan de rand van het dorp een toren staan. Dit is een voormalige luchtwachttoren van waaruit de Duitse bezetters het geallieerde vliegverkeer observeerden. In de volksmond wordt de toren de ”Kroontjesbunker” genoemd en je kunt er vanaf de parkeerplaats heen wandelen. Fort Kijkduin vertelt het verhaal van de hele geschiedenis vanaf de bouw in opdracht van Napoleon tot aan de mobilistatie voor de Tweede Wereldoorlog en er is een Noorzeeaquarium. Bijzonder aan dit aquarium is dat je er doorheen kunt lopen en de vissen aan drie kanten aan je voorbij zwemmen.
We verlaten de parkeerplaats en verplaatsen ons naar het Atlantikwall centrum. Dit centrum bevat een expositie die het verhaal van de Atlantikwall verteld, zowel vanuit de kant van de soldaat als dat van de bewoners van Den Helder en de medewerkers van de Rijkswerf. Het centrum is van april t/m september geopend van zaterdag t/m woensdag. (zie www.atlantikwallcentrum.nl).
We verlaten Huisduinen en rijden naar Den Helder. Onze volgende stop is Batterij Begraafplaats* en zoals de naam al aangeeft ligt de batterij deels naast de Algemene begraafplaats en parkeren we ons voertuig bij de ingang daarvan. We lopen voor de begraafplaats langs en moeten goed naar rechts kijken om de centrale bunker van de batterij tussen de bomen te spotten. Als de beheerder aanwezig is kun je vragen of je de centrale bunker van binnen mag bekijken. Als dit niet het geval is dan keren we terug naar de ingang van de begraafplaats en lopen deze op. We lopen naar achteren en houden daarbij links aan. Vlak voor de plek waar de oorlogsgraven zich bevinden treffen we een geschutsbedding (Nº 3) aan met de bijbehorende munitiebunker. De twee andere geschutsopstellingen liggen links van de centrale bunker buiten de begraafplaats en zijn aan het oog onttrokken door een grote zandbult. De centrale bunker huisvest een expositie over de Batterij zelf, hoe deze binnen de verdedigingsgordel paste en verhaalt verder over een aantal moedige Nederlandse mannen die de batterij bemanden. De centrale bunker is tijdens speciale gelegenheden en op aanvraag geopend (vooraf bij Fort Kijkduin aanvragen).
We vervolgen onze weg en rijden naar Fort Dirksz Admiraal*. Dit fort ligt rechts aan het einde van de Nieuweweg. We parkeren rechts naast de doorgaande weg op het parkeerplaatsje voor de betonnen bunker die de naam van het fort draagt. We stijgen uit en verkennen te voet het buitengebied van het fort dat zich in een ‘stadspark’ bevind. Het fort is een bonte verzameling van een Napoleontisch bakstenen fort met daarop door Duiters gebouwde betonnen bunkers. Er valt veel te zien ook als de beheerders niet aanwezig zijn. Als je geluk hebt (of vooraf een afspraak hebt gemaakt) dan geven de beheerders van het fort een rondleiding waarbij je verbaasd en verrast zult zijn van de collectie die zij door de jaren heen hebben verzameld. Een deel van het fort hebben ze met de hand uitgegraven, maar daar kunnen zij zelf veel beter over vertellen. Een geldelijke bijdrage wordt door de beheerders zeer op prijs gesteld.
We vervolgen onze rondrit en rijden richting het Nieuwe Haventerrein, het kloppende marinehart van Den Helder. Vlak voordat we het havengebied in zouden rijden slaan we rechtsaf en rijden de N250 op, de stad uit. We rijden langs de Koopvaarders binnenhaven en direct over de brug ligt aan de rechterkant: Fort Westoever. We slaan dus bij de eerste gelegenheid rechtsaf en rijden het parkeerterrein op. Na een korte wandeling staan we voor het fort. Hier kun je van alles beleven. In het fort is een horecagelegenheid, een bierbrouwerij en een escaperoom gevestigd. Ook kun je het buitengebied ontdekken en bij zomerdag een rondvaart met een Helderse vlet boeken.
We rijden terug de stad in over de N250 en sluiten aan bij het (vakantie)verkeer dat op weg is naar Lands End om de veerboot naar Texel te nemen. Wij haken halverwege af en slaan rechtsaf en gaan de brug over naar het vroegere Rijkswerfterrein, nu beter bekend als Willemsoord. Zoek een parkeerplekje op het uitgestrekte terrein. Het terrein is één groot uitgaanscentrum. Je vindt hier verschillende horecagelegenheden, het theater de Kampanje, het Reddingmuseum Dorus Rijkers, de museumhaven, oude gebouwen en meerdere historische (droog)dokken. Ook heeft de gemeente zich hier in een paar van de gebouwen genesteld.
Je kunt je bezoek naar believen uitbreiden met een bezoek(je) aan het Marinemuseum. Dit museum bevindt zich, op wandelafstand van jouw parkeerplekje, aan de noordkant van het Willemsoord-terrein. Voor het museum (gezien vanaf het Willemsoord-terrein) vind je het brughuis en de immense radarbol van het voormalige geleidewapenfregat De Ruyter. Naast het museum staat een onderzeeër van de Potvisklasse: de Tonijn. Beide kun je bezoeken als je een kaartje voor het museum hebt.
We vervolgen onze weg naar een plek die je vooraf moet boeken, maar zeker de moeite waard is: het Fort op de Harssens* (check hiervoor het Internet of doe navraag bij Fort Kijkduin). Dit fort ligt deels begraven in de Zeedijk onder de Verkeerscentrale Den Helder en is door vrijwilligers voor een groot deel weer uitgegraven. Een rondleiding voert je van de ene in de andere verrassing. We verlaten Willemsoord zoals we binnen zijn gekomen en voegen ons weer voor een paar honderd meter tussen het vakantieverkeer. We rijden niet rechtdoor naar de veerbootterminal, maar slaan bij de stoplichten rechtsaf en rijden voor het Marinemuseum langs. Na de 2e bocht (naar rechts) slaan we linksaf en rijden door naar het parkeerterrein aan het einde van de weg. Zoek een parkeerplekje vlak bij het ronde gebouw van de verkeerscentrale en loop naar het voetgangerstourniquet. Als je een afspraak hebt gemaakt dan word je bij dit tourniquet opgevangen door een vrijwilliger die je naar het fort brengt.
Na ons bezoek verlaten we de parkeerplaats en rijden weer voor de terminal van de veerdienst naar Texel langs. We laten ook nu Lands End ‘links (lees: rechts) liggen’ en rijden onder de dijk langs naar Fort Erfprins*. Zodra we de bebouwing van Den Helder achter ons hebben gelaten rijden we het Schapendijkje op. Aan de linkerkant doemt nu een lange rechte dijk op. Dit is het Zeefront van het fort. Op deze dijk bevinden zich een aantal niet meer in gebruik zijnde geschutsopstellingen die je deels vanaf de weg kunt zien. Aan het einde van het Zeefront buigt de weg naar links af. Hier bevindt zich de nieuwe ingang van de marinekazerne. Vlak voor deze bocht kun je rechts de dijk op naar het Kaaphoofd. Parkeer hier je voertuig. Vanaf het Kaaphoofd heb je een prachtig uitzicht over het zeegat en bij goed weer kun je de zandplaat Noorderhaaks en het Waddeneiland Texel goed zien liggen. Met de rug naar zee kijk je uit over het Fort Erfprins. Dit fort is nog steeds in gebruik bij Defensie en is daarom helaas niet open voor publiek.
We rijden het Kaaphoofd af en vervolgen onze weg over het Schapendijkje en de Zeeweg, vlak langs vuurtoren de Lange Jaap, naar ons vertrekpunt Fort Kijkduin. Vanaf hier kun je nog eens lekker het natuurgebied de Grafelijkheidsduinen inwandelen en de “Kroontjesbunker” bekijken als je dat nog niet hebt gedaan aan het begin van de rondrit. De vrijwilligers van de Kroontjesbunker zijn vaak in de weekenden aanwezig en kan op afspraak bezichtigd worden (wel vooraf bij Fort Kijkduin aanvragen).
De Stelling Den Helder werd al tijdens de Tachtigjarige Oorlog gebruikt als verdediging tegen aanvallen uit zee. De Stelling werd op last van Napoleon Bonaparte uitgebouwd. Ook de Nederlandse Staat en de Duitse bezetter bouwden haar verder uit, maar na de Tweede Wereldoorlog raakte de Stelling in verval en werden uiteindelijk alle forten opgeheven. Hoewel Den Helder een belangrijke havenplaats voor de marine en particuliere reders was, de haven lag immers aan open zee en kon in geval van nood snel verlaten worden, was over de beveiliging nauwelijks nagedacht. Men vond dat een aanval vanuit het zuiden bijna onmogelijk was, omdat een smalle duinstrook van enkele honderden meters breed toegang gaf tot Den Helder. De rest was een groot moeras dat bij hoogwater grotendeels onderliep. Er werden dus slechts enkele batterijen aan de zeezijde aangelegd. Maar wat niet kon gebeurde toch. Een Brits-Russische troepenmacht landde op zo'n 10 kilometer ten zuiden van Den Helder. In korte tijd viel de plaats in handen van de aanvallers, zonder noemenswaardige strijd. Na een paar maanden werd Den Helder door de Engelsen ontruimd, de haven leeg, ontredderd en onbruikbaar achterlatend. Het gemak waarmee de militair strategische haven was ingenomen leidde tot grootse plannen om de landverdediging te verstevigen met de Stelling Den Helder. Er werden diverse plannen gemaakt, maar het was keizer Napoleon Bonaparte die besloot om van Den Helder het "Gibraltar van het Noorden" te maken. Hij had haast want Napoleon bereidde de inval van Rusland voor en hij was bang dat de Engelsen Nederland zouden aanvallen tijdens zijn afwezigheid. Direct werd er begonnen met de bouw van de forten: Dufalga, Morland, Lasalle en L'Écluse. De laatste drie forten staan nu bekend als Fort Kijkduin, Fort Erfprins en Fort Dirksz Admiraal. De forten Erfprins, Dirksz Admiraal en Westoever werden door een verdedigingslinie met elkaar verbonden. Kort na het gereedkomen van het Nieuwediep bestond de behoefte aan een kustbatterij of fort op de Harssens om de haventoegang te verdedigen. De Harssens was een ondiepte waar de Nieuwediep en het Marsdiep bij elkaar kwamen. Het duurde vele tientallen jaren voordat het pantserfort Harssens gereed was.
Fort Kijkduin is een fort gebouwd in opdracht van Napoleon Bonaparte. Hij zag grote waarde in de strategische ligging van Den Helder en wilde er een belangrijke marinehaven van maken. Het fort bestond uit een gemetseld reduit met twee bastions aan de zuidzijde, omgeven door een droge gracht. Het hoofdgebouw bestaat uit acht afgedekte ruimtes, ook wel 'beuken' genoemd. De oorspronkelijke naam van het fort was Fort Morland, vernoemd naar een vrijwilliger in dienst in het leger van Napoleon die in 14 jaar opklom tot de rang van kolonel en die 3 dagen na de slag bij Austerlitz overleed aan zijn verwondingen. Nadat in 1815 het Koninkrijk der Nederlanden was opgericht, werd het fort hernoemd tot Fort Kijkduin. Er heeft lange tijd een bakstenen vuurtoren van 22 meter hoog op het fort gestaan. Deze is afgebroken nadat de Lange Jaap was gebouwd. In 1897 werd een gepantserde waarnemingspost voor de vuur-leiding op het dak geplaatst. Kijkgaten in de pantserkoepel geven rondom uitzicht over het fort en de omgeving. Onder de post zaten twee ruimtes om de waarnemingen te noteren op de tekentafel en voor de telegrafisten. Bij de laatste mobilisatie werd ook Fort Kijkduin op oorlogssterkte gebracht, maar in mei 1940 namen de Duitse troepen het fort over. Het fort heeft nu de status van rijksmonument en huisvest een Noordzee aquarium en een museum.
Het Atlantikwall Centrum is gevestigd in een administratiegebouw van de Duitse marine. In het museum is veel informatie te zien over de Atlantikwall, de oorlogsgeschiedenis van het Waddengebied en van Den Helder. Het pand kwam in 1942 in gebruik en maakte onderdeel uit van het geschutsonderhoudscomplex van de Duitse marine in Huisduinen. Het dorp was tijdens de oorlog verboden gebied. Alle bewoners moesten verhuizen en de huizen werden ingenomen door Duitse gezinnen. Na de oorlog verwaarloosde het gebouw en in 2009 brandde het gebouw grotendeels af. Daarna heeft de ruïne bijna 10 jaar leeg gestaan. Voor het Centrum is nieuwbouw in de ruïne geplaatst. In het museum wordt het verhaal van de Atlantikwall vanuit verschillende perspectieven verteld. Het wordt toegelicht aan de hand van de ervaringen van Nederlandse en Duitse soldaten, bewoners van de stad en werknemers van de Rijkswerf, doelwit van geallieerde bombardementen.
Batterij Begraafplaats werd eind jaren 1930 als onderdeel van de Stelling Den Helder gebouwd. Tezamen met de andere batterijen rond Den Helder werd het zeegat bestreken. Saillant detail is dat met het uitbreken van de oorlog het beton van de bunker, bedoeld als manschappenverblijf, nog niet was uitgehard. Ook is er het verhaal dat een Nederlandse soldaat een deel van het geschut heeft gesaboteerd zodat de vijand het niet kon gebruiken. Een ander detail is dat twee geschutsopstellingen onder het zand zijn verdwenen en dat er een munitiebergplaats en een geschutsbedding op de huidige begraafplaats liggen tussen de later aangelegde graven.
Fort Dirksz Admiraal is een voormalig fort met drie bastions. Het fort werd door de Fransen gebouwd onder de naam l’Ecluse. Het fort kreeg in 1814 de naam Dirksen Admiraal, genoemd naar Cornelis Dirkszoon, die tijdens de Tachtigjarige Oorlog burgemeester van Monnickendam was. Het fort werd tot batterij omgebouwd en onder de Duitse bezetting tot luchtdoelbatterij omgebouwd. De staf- en legeringsgebouwen van het Luchtdoel- artillerieschietkamp waren op het fort gevestigd en zijn later in gebruik geweest als asielzoekers-centrum. In 2014 zijn het fort en de bunkers op het fort uitgegraven, ontdaan van puin en is er een wandelpad aangelegd.
Fort Westoever ligt langs de westzijde van het Noordhollandsch Kanaal. Aan de andere kant van het kanaal ligt Fort Oostoever. Tezamen verdedigden zij het kanaal. Fort Oostoever is grotendeels verdwenen en wordt heden ten dage gebruikt door de lokale schietvereniging, die gebruik maakt van de aanwezige torpedowerkplaats en het meermaals gehalveerde middenterrein, de nog aanwezige remises worden gebruikt door de Handboogschietvereniging De Vrijheid. Fort Westoever werd gebouwd in 1825 als aarden fort. Het werd later aangepast en afgegraven, waarbij het reduit het eigenlijke fort werd. De grachten rond het fort zijn bewaard gebleven. De Duitse bezetter bouwde een telefoon- en een schuilbunker naast de kazerne. In 1954 nam de Koninklijke Marine het fort over en bouwde er een nood-stroomdieselcentrale. In 1992 is het fort overgedragen aan gemeente Den Helder, waarna Stichting Stelling Den Helder het beheerde en opknapte. Het fort is nu een rijksmonument en huisvest een brouwerij met café-restaurant en een escaperoom. Vanaf de kades langs het fort worden vaartochten georganiseerd in Helderse vletten.
Willemsoord is nu een museumhaven en uitgaanscentrum. Het is de voormalige Rijkswerf van de Koninklijke Marine. Het gebied werd vanaf 1812 ontwikkeld en groeide uit tot de belangrijkste Rijkswerf van Nederland. Nadat de marine de werf verplaatste naar de Nieuwe Haven, werd een groot deel van het gebied omgevormd tot een uitgaanscentrum en openluchtmuseum. Het complex als geheel en ook vele gebouwen afzonderlijk werden aangewezen als rijksmonument. Het terrein bevat naast nautische (historische) bezienswaardigheden ook horeca, musea, bedrijfspanden, een bioscoop, een theater en sinds 2022 ook het stadhuis. In 1781 was besloten om het Nieuwediep bij Helder, zoals de plaats tot 1928 officieel heette, geschikt te maken voor zeeschepen. In 1811 bracht keizer Napoleon Bonaparte een bezoek aan Helder en was hij gecharmeerd van de strategische ligging en in 1812 werd officieel besloten om er een grote Rijkswerf aan te leggen. De nieuwe werf zou naast de nieuwbouwwerf van Amsterdam komen te staan met als functies uitrusting en herstelling. In die tijd waren er ook nog Rijkswerven in Vlissingen, Rotterdam, Hellevoetsluis en Medemblik. De werkzaamheden werden in gedeelten aanbesteed en uitgevoerd. Op 20 september 1822 werd maritiem etablissement der Marine te Willemsoord en het Nieuwediep door het departement van Binnenlandse Zaken en Waterstaat overgedragen aan de Koninklijke Nederlandse Zeemacht. Tegenwoordig is het een echt uitgaansgebied waarbij horeca, theater en museale waarden elkaar bijna naadloos aanvullen. Op het terrein en in de wateren rond Willemsoord kun je de maritieme historie terugvinden. Zo ligt het lichtschip Texel (nr. 10) aangemeerd aan de zuidzijde van het terrein en kun je de lichtmast van lichtschip Texel (nr. 11) op het terrein vinden.
Het Marinemuseum ligt op de voormalige marinewerf Willemsoord. Het museum bestaat uit enkele gebouwen aan de wal en enkele schepen aan de kade. Er zijn vaste en wisselende tentoonstellingen te zien, deels over de geschiedenis van de marine en deels over de technische ontwikkelingen. Het museum is begonnen op de zolder van het oorspronkelijke peperhuisje. Er waren vuurwapens, uniformen, een periscoop en modellen van schepen en vliegtuigen te bewonderen. Het museum groeide uit zijn jasje en verhuisde naar 't Torentje op Rijkswerf Willemsoord. Dit gebouw werd zo genoemd vanwege de klokkentoren, die de aanvangs- en sluitingstijd van de Rijkswerf aangaf. Het pand was oorspronkelijk gebouwd voor de opslag van licht ontvlambare stoffen. In 1993 werd de onderzeeboot Tonijn op het droge gebracht als onderdeel van het museum. Ook de Traditiekamer Willemsoord werd onderdeel van het Marinemuseum. Langs de kade kun je meerdere schepen bezoeken en op het terrein bij het museum staat ook het brughuis van de Hr.Ms. De Ruyter. Na de uitdiensttreding werden het brughuis, de kenmerkende 3D-radarbol en de geschuttoren van de Hr.Ms. Tromp als industrieel erfgoed aangemerkt en is nu een publieksattractie van het museum. Leuk detail: In 2012 en 2013 werd het museum door ANWB-leden verkozen tot leukste uitje van Noord-Holland.
Fort op de Harssens is een voormalige kustbatterij. Tegen het einde van de 18de eeuw werden plannen gemaakt om een panserfort te bouwen ter verdediging van de haven van Den Helder. Diverse plannen werden voorgesteld, maar er gebeurde niets. Pas het vierde plan werd uitgevoerd. Als eerste werd een kunstmatig eiland aangelegd ten oosten van het Nieuwediep. Daarna werd het bakstenen fort gebouwd. De Duitse firma Grusonwerk kreeg de order voor de levering en plaatsing van het geschut en de pantserkoepels. Het fort kreeg twee pantserkoepels, elk met twee moderne kanonnen, voorzien van achterladers en een elektrische ontsteking. Om het fort was een droge gracht aangelegd. In de muren aan de grachtzijde waren schietgaten voor mitrailleurs, mocht de vijand de gracht bereiken. Na de voltooiing van het fort werden er officiële schietproeven gehouden in aanwezigheid van generaals van de artillerie. Kosten per schot waren fl. 600,-, maar de schade bleek veel groter. In de omgeving waren veel ruiten gesneuveld, soms waren ook de vensterbanken ontwricht. Het koepelgeschut is daarom maar weinig gebruikt, vooral omdat Den Helder nooit zodanig werd aangevallen dat het nodig bleek. Er is later ook nog een gepantserde waarnemingskoepel geplaatst. Het personeel was afkomstig van het Korps Pantserfortartillerie en daarna van het Regiment Kustartillerie. In 1926 werd de actieve status van Fort Harssens opgeheven. Vanaf 1940 werd het fort door de Duitsers overgenomen en werd het fort door de Royal Air Force gebombardeerd, maar de vijf bommen kwamen in het water terecht. Omdat de twee pantserkoepels volstrekt verouderd waren, haalden de Duitsers tijdens het verdere verloop van de oorlog het geschut en bijna de gehele bepantsering weg. Alleen de ringen bleven over. In 1950 verdween het fort onder het zand bij de aanleg van de Nieuwe Haven. In verband met de nieuwbouw van het bovenliggende havenkantoor is in 2009 een gedeelte van de droge gracht ontgraven en al het afval en puin geruimd. Sindsdien is het fort in beheer bij de Stichting Stelling Den Helder. Het fort is verder opgeknapt en toegankelijk gemaakt en er worden rondleidingen gegeven onder begeleiding van een aantal vrijwilligers.
Fort Erfprins is het grootste fort van Nederland en nog steeds in gebruik bij de Koninklijke Marine. Na een bezoek van Napoleon Bonaparte werd de aanleg van (toen) Fort Lasalle versneld. In twee jaar werd dit grote, onregelmatige, aarden vijfhoekige bastion gerealiseerd. Net als de rest van de stelling werd het gebouwd door boeren, ambachtslieden en Spaanse krijgsgevangenen. Na het vertrek van de Fransen werd het fort omgedoopt tot Fort Erfprins. De gebouwen op het fort waren gemaakt van hout en verkeerden in slechte staat. Aanpassingen waren noodzakelijk en dus kwamen er nieuwe magazijnen, poternes en twee wachthuizen. Later werden de wachthuizen aan de Helderse poort en de Huisduinerpoort vernieuwd. Ze werden in baksteen uitgevoerd, dikke muren met schietgaten. Tussen de wachthuizen lag de Middenweg, deze weg werd destijds gebruikt om munitie te vervoeren. Waterboeren brachten drinkwater van de putten bij Huisduinen naar de werven en schepen via dezelfde route. Er werd opdracht gegeven om een nieuwe infanteriekazerne te bouwen die later weer werd gesloopt. Ook werd de opdracht gegeven voor de bouw van een militair hospitaal. In vredestijd werd het gebruikt voor de opslag van artilleriemateriaal en gereedschappen voor de vernietiging van vuurtorens. Er waren meerdere ruimtes met in totaal plaats voor 112 bedden. Later zijn twee van deze ruimtes gebruikt voor een zendstation om verbinding te houden met de Nederlandse koopvaardijvloot. De Huisduinerpoort werd aan één kant dichtgemetseld, waarmee een einde kwam aan de doorlopende weg tussen Huisduinen en Den Helder over de Middenweg. Als gevolg van de Vestingwet van 1874 zouden aan de Stelling Den Helder veel vernieuwingen worden toegevoegd. Aan de zeezijde van het fort werden enkele versterkingen aangebracht. Een zeefront werd aangelegd, waardoor een deel van het fort aan de noordzijde verdween. Er kwam een nieuwe rechte fortgracht met een caponnière om de gracht te verdedigen. Onder het zeefront kwam een lange bomvrije kazerne, met tientallen verblijven voor 1000 man. Er waren zeven munitiekamers met liften om de granaten en buskruit naar het dak te transporteren. Hier stonden kanonnen opgesteld om vijandelijke schepen de toegang tot de marinehaven te beletten. Gedurende de Duitse bezetting was het fort in gebruik bij de luchtafweer. In 1942 werd Den Helder, als onderdeel van de Atlantikwall, tot Sperrgebiet verklaard. De luchtafweer was effectief en hinderde de Royal Air Force bij het bombarderen van de marinewerf Willemsoord. Men besloot de luchtafweer aan te vallen, maar de bommen misten doel. Na de bevrijding diende het fort als interneringskamp voor collaborateurs. Op het hoogtepunt zaten er meer dan 5000 mensen vast. Op 1 maart 1950 werd het fort overgedragen aan de Koninklijke Marine. Het fort werd gebruikt voor diverse opleidingen en de oude infanteriekazerne werd een logementsgebouw en de bomvrije kazerne achter het zeefront werd een leslocatie. Ook bood het fort vijftien jaar onderdak aan de N.B.C.D school. Al het marinepersoneel kreeg een korte opleiding hoe te handelen bij schade veroorzaakt door Nucleaire, Biologische en Chemische aanvallen en leerde hoe het eerste herstel na een aanval moest worden aangepakt. Het fort is nu nog steeds in gebruik als opleidingscentrum voor de marine. Het is daarom helaas niet te bezichtigen. Je zult het moeten doen met de beelden uit het YouTube filmpje die aan deze routebeschrijving is toegevoegd.
Bovenstaande teksten zijn geïnspireerd door de Wikipedia ®
Deze route is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid ontworpen met behulp van plan.tomtom.com. Met behulp van minikaart.nl en Google Map Streetview is gecontroleerd of de route geschikt is voor een stadsauto (L6(e)-klasse voertuig). Omdat de situatie op de weg kan veranderen kunnen we geen garantie geven dat de beschikbare routeinformatie onder alle omstandigheden volledig of juist is. Mocht je onderweg een wijziging of beperking in de route ontdekken, laat mij het weten op de pagina: Meedoen & Feedback. Zo kunnen we met elkaar de kwaliteit van de routes blijven garanderen.
De gebruiker kan aan de routeinformatie op deze webstek geen rechten ontlenen. Blijf vooral zelf opletten en houd je aan de geldende verkeerregels en in voorkomende gevallen aan de aanwijzingen van verkeersregelaars.
De inhoud van deze webstek is uitsluitend bedoeld voor de gebruiker zelf. Het is niet toegestaan deze informatie over te dragen, te verveelvoudigen, te bewerken of te verspreiden, zonder vooraf schriftelijke toestemming van de beheerder.